De Oranjes: Wilhelmina 1880-1962
Posts tonen met het label Wilhelmina 1880-1962. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wilhelmina 1880-1962. Alle posts tonen

donderdag 8 januari 2015

Wilhelmina 1880 - 1962: XVI

1956 - 1962

In 1956 had Prinses Wilhelmina weer enkele activiteiten op de agenda staan. Ze opende de derde conferentie van de International Council for Christian Leadership in Noorwijk aan Zee, en was samen met Koningin Juliana, Prins Bernhard en Prinses Beatrix aanwezig bij het overbrengen van de Hongaarse vlag naar het Koninklijk Paleis in Amsterdam.

Foto: © J.D. Noske/Anefo/Nationaal Archief

Haar oudste kleindochter kreeg dat jaar ook Koninklijke verplichtingen, aangezien ze 18 was geworden. De 18e verjaardag van Prinses Beatrix werd in het Koninklijk Paleis in Amsterdam gevierd met een diner. Ondanks dat ze zich steeds meer terugtrok wilde Wilhelmina aanwezig zijn bij dit feest.
Drie generaties. Foto: © RVD
Enkele maanden daarna, op 30 juni 1956, was de prinses ook aanwezig toen haar kleindochter voor het eerst meeging op een officieel bezoek aan Amsterdam. Ze werd onder andere ontvangen in het Stedelijk Museum, en daar wilde Prinses Wilhelmina ook heel graag bij zijn. Onverwachts verscheen Prinses Wilhelmina ook bij de herdenking op het Waterlooplein van de Februaristaking 1941. Ze legde een bloemstuk in de vorm van een margriet bij het monument van de 'dokwerker'. De oorlogsslachtoffers konden op haar blijven rekenen. Het waren de enige momenten waarop Wilhelmina nog Paleis het Loo verliet. Op 14 mei 1956 nam ze zelfs zittend in haar auto het defilé af van de M.O.V.E.O. (Meer ontspanning voor ernstige Oorlogsgewonden) De zomer bracht ze het meest door in haar bekende vakantievilla de Ruygenhoek in Scheveningen. Sinds 1917 heeft deze villa veel voor Wilhelmina betekent. Ze ging er op zowel vrolijke als verdrietige momenten naar toe om van de zeelucht te genieten en te schilderen. In haar laatste jaren heeft ze er waarschijnlijk ook een gedeelte van haar boek geschreven. In 1957 en 1958 verscheen Wilhelmina nauwelijks in het openbaar. Uiteraard was ze wel te strikken voor de onthulling van het monument 'Herrijzend Rotterdam', en in 1958 kreeg men een glimp van haar te zien toen op Paleis Soestdijk het verjaardagsdefilé voor Koningin Juliana plaatsvond. Wilhelmina keek toe vanuit een raam:
Foto: © Harry Pot/Anefo/Nationaal Archief
Eenzaam maar niet alleen
De kerstkaart van 1958 liet zien dat ze in ieder geval genoeg honden had die haar letterlijk omringden op Paleis het Loo. In februari 1959 stond Wilhelmina plots weer in de spotlights. Haar boek 'Eenzaam maar niet alleen' kwam uit. In dit boek had ze de voorgaande jaren geschreven over haar jeugd die werd overschaduwd door de zekerheid dat ze Koningin zou worden. "Laat ik beginnen met te vertellen, dat ik nog de wandelstok van vader bezit, waarmee ik altijd mocht spelen als wij samen kuierden. Wandelen is wel een groot woord voor het gedribbel van een drie- of vierjarig kind. Thans speelt Marijke met zijn mooie dominospel, dat ik in hoge ere houd, in dezelfde kamer en op dezelfde plaats, waar wij dat samen deden…’’ Zo begint Prinses Wilhelmina aan het eerste hoofdstuk van haar boek. Aan de hand van de hoofdstukken; Vader en moeder,  Mijn jeugdjaren, Het begin van de nieuwe eeuw, De Eerste Wereldoorlog, Tussen de oorlogen, De Tweede Wereldoorlog, De bevrijding en daarna en Wachtte mij nog een taak?, beschrijft Wilhelmina haar hele leven. Het boek is vandaag de dag nog steeds populair onder Oranjefans.

"Dit mocht geen aubade worden"
Op 5 mei 1960 volgt er nog één groots en onvergetelijk moment van Wilhelmina en 'haar volk'. Ter gelegenheid van 15 jaar bevrijding wordt een kinderaubade op het voorplein van Paleis het Loo georganiseerd. Wilhelmina zei over deze dag: "Vandaag zijn we 15 jaar bevrijd. Ik kon het niet laten om naar buiten te gaan. En met al die kinderen vaderlandse liederen te zingen. Zo nu en dan zong ik mee, want dit mocht geen aubade worden. Aubades zijn voor de koningin. Nu was het: samen zingen, jong en oud." Wilhelmina zat gedurende de 'aubade' (die ze zelf dus liever niet zo noemde) op een stoel. Na de liedjes hees ze zich naar verluidt moeizaam uit de stoel om de kinderen te bedanken. "Lieve kinderen, ik dank jullie allemaal heel hartelijk, dat jullie vanmorgen zo mooi voor mij hebben gezongen. Leve het vaderland ! Leve de vrijheid !" aldus Wilhelmina. Tot slot werden de duizenden kinderen getrakteerd op repen chocolade die de prinses had gekocht. Nadat ze toezag op hoe alle kinderen een hap van de chocolade namen, verdween ze met een glimlach het paleis in.. Toen werd het stil rondom haar. Maanden. Jaren. Alleen de hondjes van Wilhelmina verschenen af en toe op het voorplein van het paleis. Ze probeerden dan bijvoorbeeld een hond weg te jagen die tegen het paleishek plaste:

Foto: © Joop van Bilsen/Anefo/Nationaal Archief

Overlijden
Op woensdag 28 november 1962 overleed Prinses Wilhelmina op 82-jarige leeftijd. Op 1 en 3 december was er in de Hofkapel voor mensen de mogelijkheid om een laatste groet te brengen aan de prinses die op 4 december onder veel belangstelling werd overgebracht naar Den Haag. Na haar overlijden wijdden de kranten paginagrote artikelen aan Wilhelmina's leven. Daarin werden vooral woorden als 'boegbeeld', 'dankbaarheid', 'moeder des vaderlands' en 'plichtsbesef' gebruikt. Veel mensen waren ook getuige van de rouwstoet. Op nadrukkelijke wens van Wilhelmina was haar uitvaart op 8 december in het wit. Na een dienst in de Nieuwe Kerk in Delft, werd ze bijgezet in de Koninklijke grafkelder:
Foto: © Merk Ben/Anefo/Nationaal Archief

vrijdag 19 december 2014

Wilhelmina 1880 – 1962: XV

1951 – 1955 

Nadat ze de fotoserie van zichzelf met hondje Blackie had laten verspreiden, bleef het stil rondom Wilhelmina. Wel was de prinses in de jaren '50 regelmatig te porren voor publieke activiteiten waarbij ze een monument onthulde of een kerkdienst bijwoonde. Wat ze deed, had eigenlijk altijd betrekking op de oorlog. Hoewel ze al enkele jaren geen Koningin meer was, gaf ze in 1951 verzetsstrijdster Gemmeke de ridderslag na het uitreiken van de Militaire Willemsorde 4e klasse in het Koninklijk Paleis in Amsterdam. Ook woonde ze in februari 1951 een kerkdienst bij van het Leger des Heils.

Ze bezocht ook - zoals we nu een beetje van Beatrix kennen - de culturele evenementen in het land. Op 18 september 1952 reisde ze af naar Leeuwarden om daar het koor van de Grote Kerk te ontmoeten. Verder hield de prinses zich bezig met schrijven van haar boek, schilderen én ze kreeg ook vaak bezoek van haar kleinkinderen. Zo zijn er foto's waarop te zien is dat Marijke een middagje naar haar oma gaat:
Foto: © Van Duinen/Anefo/Nationaal Archief
Prinses Wilhelmina was echter niet altijd thuis. Ze reisde veel. In 1951 trok ze naar Zwitserland, waar ze in een hotel te Spiez logeerde. In de zomer van dat jaar ging ze met vrienden naar Noorwegen. Ze had, naar eigen zeggen, erg naar die reis uitgekeken. Ze bezocht er onder andere de kathedraal van Trondheim, maar omdat de reis incognito was, zijn verdere details onbekend. De reis was haar in ieder geval goed bevallen, want ook in 1953, 1954 en 1955 ging Wilhelmina op vakantie in Noorwegen.

Foto: © Joop van Bilsen/Anefo/Nationaal Archief
Tijdens de Watersnoodramp trad Prinses Wilhelmina weer in het openbaar. De ramp voltrok zich in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Springtij en een noordwesterstorm zorgden voor overstromingen in een groot deel van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden. Samen met Koningin Juliana en Prins Bernhard bezocht Prinses Wilhelmina het rampgebied en de slachtoffers. Wilhelmina reisde ook na het gezamenlijk bezoek nog eens naar de provincie Zeeland om met de bevolking te spreken en te bemoedigen om dorpen en steden weer op te bouwen. Eind september 1953 trad Wilhelmina in de voetsporen van haar moeder door een vergadering bij te wonen van de bestrijding van Tuberculose. In 1954 stond Prinses Wilhelmina nog een paar keer in de spotlights. Ze onthulde in Leiden op het Stadhuisplein een standbeeld wat een geschenk was van Juliana aan haar oude studentenstad. Eind dat jaar was Prinses Wilhelmina te gast op het huwelijk van jonkvrouw-Baronesse van Randwijk, haar particulier secretaris. Kleindochter Beatrix was op deze feestelijke dag één van de drie bruidsmeisjes. Een jaar later verscheen Wilhelmina weer even in het openbaar toen ze samen met haar vier kleinkinderen op Schiphol het vliegtuig opwachtte. Aan boord bevonden zich Koningin Juliana en Prins Bernhard. Het Koninklijk paar keerde terug van een bezoek aan de Nederlandse Antillen dat maar liefst drie weken geduurd had.
Foto: © Joop van Bilsen/Anefo/Nationaal Archief

donderdag 18 september 2014

Wilhelmina 1880 – 1962: XIV

1946-1950

Tot april 1946 woonde Koningin Wilhelmina uit medeleven met het Nederlandse volk in een huurhuis aan de nieuwe Parklaan in Den Haag. Apeldoorn bleef echter behoorlijk aan haar trekken, dus woonde ze vervolgens nog even in een villa aan de Waldeck Pyrmontlaan in Apeldoorn. Toen ze daar toch ook echt de ruimte van het Loo begon te missen, nam ze weer haar intrek in het paleis. In de periode na de oorlog had de Koningin maar weinig vrije tijd. Haar dagen waren gevuld met openingen, kransleggingen en ontvangsten. Ook reikte ze in juni 1946 de Militaire Willemsorde en andere onderscheidingen uit op vliegbasis Soesterberg.

Foto: © Willem van de Poll/ Nationaal Archief

Een maand daarvoor had ze nog een krans gelegd in het voormalig SS-concentratiekamp Vught. De oorlog liet haar, logisch, niet zomaar los. Prinsjesdag zou voorlopig ook sober gevierd worden, zo besliste ze. En inderdaad, in 1945, 1946 en 1947 zou de Gouden Koets in de stal blijven en ontbraken de militaire pracht en praal. De Koningin arriveerde deze jaren samen met Prinses Juliana en Prins Bernhard met een auto op het Binnenhof.
 Prinsjesdag 1946. Foto: © Thuring/RVD
Koningin Wilhelmina met Koning George VI. Op de achtergrond de paarden.
In september 1946 keerde Wilhelmina ook weer even terug naar Engeland, waar ze al die jaren had gewoond. Ze bracht een staatsbezoek aan de Engelse Koning George VI. Als dank voor de medewerking aan de bevrijding van Nederland schonk de Koningin Engeland 38 zwarte en grijze paarden. Een deel van de Britse Koninklijke familie was erbij toen bij Buckingham Palace de paarden getoond werden. Kort voor haar 66e verjaardag bracht de Koningin nog een bezoek aan Hengelo en Enschede, ontving ze Engelse padvinders op Paleis het Loo en bezocht ze het monument in Zutphen ter nagedachtenis aan de negen slachtoffers die op 31 maart 1945 door een executiepeloton van de Sicherheitsdienst zijn vermoord. Zelfs op haar verjaardag zocht ze weer een ander monument op, het Airborne Division herdenkingsmonument in Park Hartenstein, om daar een krans te leggen. Een paar weken later keerde ze terug om op het Airborne-kerkhof Oosterbeek (bij Arnhem) gesneuvelden te herdenken en een gedenkteken te onthullen. Zowel veteranen als nabestaanden keken vanachter het monument toe. ‘Geheime bezoeken’ waren er ook bij. Zo bezocht Koningin Wilhelmina op 9 oktober 1946 de tijdelijke begraafplaats van Britse soldaten die waren gesneuveld tijdens de bevrijding van de regio Nijmegen. Een fotograaf legde het moment toch vast, en liet de foto publiceren, waar de Koningin niet zo blij mee was. Tot slot bracht Wilhelmina eind ’46 een staatsbezoek aan België waar ze wederom de nodige onderscheidingen uit te delen had.

1947 begon feestelijk met de geboorte van een vierde kleindochter. Op 18 februari werd Maria Christina, met als roepnaam Marijke geboren. Het hield Koningin Wilhelmina echter wel tegen om haar dochter, die net opnieuw moeder was geworden, te vragen of ze haar taak wilde overnemen..

Foto: © RVD

Na de oorlog was Koningin Wilhelmina namelijk oververmoeid geraakt en dacht ze regelmatig over aftreden. Voor de buitenwereld was er weinig van te merken. Ook in 1947 had Wilhelmina weer ontelbaar veel werkbezoeken. Ze was onder andere aanwezig bij de herdenking van de ‘Woeste Hoeve’ waar 117 Nederlanders door de Duitsers zijn vermoord als vergelding voor de aanslag op Generaal Rauter. Op haar verjaardag, 31 augustus, nam ze vanaf het bordes van Paleis Huis ten Bosch de zanghulde van de Christelijke Zang en Oratorium Vereniging in ontvangst. Ook Juliana, Bernhard en de kleinkinderen waren hierbij aanwezig.


Het moet omstreeks deze periode zijn geweest dat Koningin Wilhelmina aan Prinses Juliana gevraagd heeft of ze tijdelijk voor haar wilde regeren. Op 9 oktober 1947 stond alles nog in het teken van de doop van Prinses Marijke in de Utrechte Domkerk. Het was een extra feestelijke dienst en voor de Koninklijke familie bijzonder om na de wat sobere doopdiensten van Irene en Margriet in de oorlog nu ook weer op Nederlandse bodem, in een Nederlandse kerk hun kind te kunnen laten dopen. Een paar dagen later, op 14 oktober 1947 werd Juliana benoemd tot regentes. Behalve vanwege haar gezondheidsproblemen droeg Koningin Wilhelmina haar taak ook over aan haar dochter omdat ze teleurgesteld was in het naoorlogse Nederland, waar de oude politieke tegenstellingen weer in ere werden hersteld. Ze overwoog niet lang meer te wachten met een officiële troonswisseling. Al nam ze weer wel vanaf 1 december het regentschap op zich. In de tussentijd – toen haar dochter even regentes was – was Wilhelmina maar weinig te zien. Ze had dus echt rust genomen, maar was wel even in beeld bij de intocht van Sinterklaas. Sinterklaas kwam in november ’47 onder grote publieke belangstelling naar de Dam. Op het balkon van het paleis stonden ook Koningin Wilhelmina, Prinses Juliana, Prins Bernhard en de prinsesjes. Toen de Sint dichterbij het paleis kwam, wandelde het gezelschap het paleis uit, zodat de prinsesjes hem persoonlijk konden begroeten. Prinses Margriet werd door Bernhard opgetild om het paard een wortel te geven. Wat de prinsesjes niet wisten is dat Wilhelmina zelf ook regelmatig voor Sinterklaas speelde. 


Op 13 december was Koningin Wilhelmina opnieuw op de Dam te vinden waar ze een krans legde bij het herdenkingsmonument. In januari ’48 werden er nieuwe staatsiefoto’s van Wilhelmina gemaakt, waardoor het volk niet de indruk kreeg dat dit het jaar zou worden van de troonsafstand. Maar op 12 mei 1948 kondigde Koningin Wilhelmina haar aftreden aan: “Er is de last van het klimmen der jaren, een achteruitgaan van kracht, weerstands- en arbeidsvermogen, van de krachten welke de geest onontbeerlijk zijn voor het nemen van verantwoorde beslissingen in de diepgaande en ingewikkelde vraagstukken die er in de tegenwoordige tijd maar al te veel zijn. Voor deze nuchtere werkelijkheid ben ik gesteld en ofschoon ik mij steeds bewust ben, dat de mens slechts wikt en god beschikt, meen ik toch in het welbegrepen belang van u allen en het rijk te handelen door het regeringsbeleid toe te vertrouwen aan Juliana, die naast wijs inzicht ook haar leeftijd voor heeft en over jonge frisse krachten beschikt.”".." “Overgroote vermoeienis, die noch mijn werk, noch mijn gezondheid ten goede komt en die onder den druk van de uitoefening van mijn zware taak, geen kans krijgt over te gaan, noopt mij ten tweeden male mijn toevlucht te nemen tot een regentschap" voegde ze aan haar toespraak toe. Per direct nam Prinses Juliana het regentschap weer op zich. Dit zou t/m 30 augustus 1948 duren, zodat Koningin Wilhelmina op haar verjaardag haar 50-jarig regeringsjubileum kon vieren (feitelijk regeerde ze dus iets minder dan 50 jaar). Desondanks is ze met afstand het langstzittende Nederlandse staatshoofd ooit.

Op 30 augustus kwam Koningin Wilhelmina alvast per trein aan in Amsterdam waar ze de volgende dag getrakteerd werd in het Olympisch stadion op een theatervoorstelling. Aan het theater met als titel ‘In Neerlands Tuin’ werkten militairen, acteurs, padvinders en sporters mee. Tot slot sprak Koningin Wilhelmina een dankwoord waarin ze ook Emma en Hendrik noemde: “Ik denk aan mijn moeder, aan wie ik zo onuitsprekelijk veel verschuldigd ben, aan haar, de wijze regentes die mij opvoedde en met haar moederlijke liefde en zorg omringde. Ook mijn man was bij het vervullen van mijn taak een grote steun.” Op 3 september, een dag voordat Koningin Wilhelmina officieel afstand doet van de troon, werd op het IJ een grote vlootschouw gehouden. Aansluitend rijdt de Koninklijke familie door de stad om naar iedereen te zwaaien. Ook een dag later is er een rijtoer, maar dan zonder de inmiddels afgetreden Koningin Wilhelmina. In het Paleis op de Dam tekende ze de Akte van Abdicatie. Aansluitend stelde ze de nieuwe Koningin voor op het balkon van het paleis. Toen de oud-Koningin aan het einde van haar toespraak iets te enthousiast “En ik acht me gelukkig met u allen te kunnen uitroepen: Leve de Koningin!’ gevolgd door een driewerf ‘Hoera!’ zei, schoot haar kunstgebit helaas los. Dat was duidelijk te horen aan de ‘volle mond’ waarmee ze ‘hoewra’ riep en zelfs haar dochter nog een kus gaf terwijl ze de grootste moeite moest doen het gebit niet uit haar mond te laten vallen.

© screenshots Beeld en Geluid

Twee dagen later, op 6 september, werd Koningin Juliana ingehuldigd in de Nieuwe Kerk. (lees hier uitgebreid over de inhuldigingsdag van Juliana) Koningin Wilhelmina zat tijdens de plechtigheid naast haar kleindochter Irene en verliet na de feestdag meteen de stad om even tot rust te komen in de ‘Ruygenhoek’ in Scheveningen.

Op 7 oktober stond ze weer volop in de spotlights toen ze van haar dochter het Grootkruis Militaire Willemsorde uitgereikt kreeg. In januari 1949 kwam kolonel van Gulik 7 fotoalbums aan Prinses Wilhelmina aanbieden. In de boeken stonden de resultaten van de ‘lenzenwedstrijd’: 'Onze fotograferende jongens overzee.' Verder werd in 1949 het Koningin Wilhelmina Fonds opgericht (KWF) Prinses Wilhelmina ontving bij haar gouden regeringsjubileum namelijk een nationaal geschenk en besloot het bedrag van ruim twee miljoen gulden te bestemmen voor de bestrijding van kanker. Hierdoor was het Koningin Wilhelmina Fonds een feit. Ze was geen Koningin meer, en had meer vrije tijd dan ooit, maar toch verdween Wilhelmina niet helemaal naar de achtergrond. Zo opende ze in oktober 1949 het ereveld Loenen. Ze zou dus altijd een beetje de ‘oorlogskoningin’ blijven. Ook zette ze zich in voor het Leger des Heils en opende ze een tuinfeest.

Ter gelegenheid van haar 70e verjaardag op 31 augustus 1950 liet Wilhelmina zich fotograferen in Paleis op de Dam. Op een van de foto’s heeft ze haar lievelingshondje Blackie op schoot die aan de hanger van zijn halsband heeft staan: Blackie, Paleis het Loo. Tevens kwam bij het vrijgeven van de foto’s de mededeling dat Wilhelmina haar verjaardag zonder openbare festiviteiten wenste te vieren. Sindsdien is Wilhelmina zich eigenlijk meer en meer gaan ‘terugtrekken’ op Paleis het Loo, maar wat niemand wist is dat ze zich in de jaren ’50 vooral ging bezighouden met het schrijven van een boek. “Eenzaam, maar niet alleen”..



Foto's: © Meijboom/RVD

zaterdag 16 augustus 2014

Wilhelmina 1880 – 1962: XIII

1941-1945 

Koningin Wilhelmina groeide in de oorlogsjaren uit tot ‘symbool van het verzet’. Via Radio Oranje sprak ze de Nederlanders regelmatig moed in. Uiteindelijk zou ze bijna vijf jaar niet in haar geliefde Nederland komen. 


Bezoek aan de Prinses Irene Brigade. Foto's: © RVD
Omdat Londen vanaf september 1940 regelmatig gebombardeerd werd, was het ook daar niet zo veilig voor Koningin Wilhelmina. Haar huis op Eaton Square werd vervangen door een kleiner huis op Chester Square 77, waar ook het kantoor van prins Bernhard voortaan was. Ondanks de goede bewaking van de Koninklijke Marechaussee verhuisde Wilhelmina eind oktober 1940 opnieuw. In Stubbings House - een groot 18e-eeuws huis in Stubbings, dat ten westen van Maidenhead ligt in het Engelse graafschap Berkshire – zou zij uiteindelijk de rest van de oorlog blijven. Koningin Wilhelmina ontving op Stubbings House regelmatig zogenoemde ‘Engelandvaarders’. Engelandvaarder werd de erenaam voor alle mannen en vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945), na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten op 15 mei 1940 en vóór de geallieerde invasie in Normandië op 6 juni 1944 (D-Day), uit bezet gebied wisten te ontsnappen met de bedoeling zich in Engeland of ander geallieerd gebied bij de geallieerde strijdkrachten aan te sluiten om actief aan de strijd tegen de vijand (Duitsland, Italië, Japan) deel te nemen. De Koningin maakte met hen een wandelingetje door de tuin, en als ze de mensen binnen ontving, zorgde ze ervoor dat iedere tafel voorzien was van een lege stoel zodat ze steeds van tafel kon wisselen om met hen allemaal te praten.

Een 'strooibiljet'
Ondanks haar ‘veiligheid’ in Stubbings House, werd door de regering overwogen door te reizen naar Canada of de Verenigde Staten. De reden was dat minister Van Kleffens geen vertrouwen had in de Engelse verdediging. Wilhelmina zelf wilde zolang mogelijk in Engeland blijven terwijl ook de Amerikaanse president Roosevelt aan haar had aangeboden naar Amerika te reizen. Amerika was neutraal in de oorlog en het verblijf daar zou de regering én Wilhelmina minder belemmeren in de oorlogsvoering. Een van de redenen om toch in Engeland te blijven was omdat de Engelse Koninklijke familie ook bleef. Gedurende de oorlog sprak Koningin Wilhelmina het Nederlandse volk voornamelijk via radiotoespraken toe. Ook zijn er vijf proclamaties (afkondigingen) verschenen. Verder wilde ze graag zelf van de mensen horen hoe de situatie in Nederland was. Behalve de ‘Engelandvaarders’ sprak ze ook met andere Nederlanders in de tuin van Stubbings House. Ze moest het doen met deze getuigenissen. Zelf zou ze pas jaren later het deels verwoeste land weer terugzien.

Met haar schoonzoon Bernhard bouwde ze in die jaren een sterke band op. Behalve op zakelijk gebied, was hij ook een grote steun voor de Koningin die net als hem ook vaak aan de kinderen moest denken. Op haar bureau had Koningin Wilhelmina A4-grote foto’s staan van Juliana, Bernhard en de kleinkinderen. Pas in juni 1942 durfde ze het aan om haar dochter en kleinkinderen te bezoeken in Canada. Het gemis was groter dan haar vliegangst.

Foto: ©  J.M. Rousel/RVD

Ze bleef uiteindelijk bijna twee maanden, en combineerde haar speeluurtjes met Trix en Ireentje met een bezoek aan president Roosevelt. Ze sprak hem over de organisatie van de naoorlogse vrede en sprak ook het Amerikaanse Congres in Washington toe. Ook bracht ze een bezoek aan een zeemanshuis in New York. Kort nadat Koningin Wilhelmina via een radiotoespraak de hervorming van de verhoudingen met Nederlands-Indië aankondigde, werd ze vanuit Canada gebeld dat haar derde kleindochter was geboren. Het meisje kreeg de naam Margriet wat verwijst naar de laatste bloemen die Koningin Wilhelmina in de tuin van het Loo zag, vlak voordat ze het land moest verlaten. Een beeld dat ze mee naar Engeland nam, en wat haar dochter en schoonzoon dus op een idee bracht voor de naam van hun derde dochter. De tweede naam Francisca verwijst naar vrijheid, naar de diepe wens weer te kunnen leven zonder vreemde overheersing. Op 29 juni 1943 werd de kleine Margriet gedoopt in de St. Andrews Presbyterian Church in Ottawa. Ook Koningin Wilhelmina woonde de doopdienst bij. Net als veel andere hoogwaardigheidsbekleders.

Op 14 oktober 1943 ontving Koningin Wilhelmina een eredoctoraat aan de Oxford universiteit. Voor deze gelegenheid was ook Prinses Juliana naar Engeland gekomen. Aansluitend inspecteerde de Koningin de aangetreden erewacht. Kort daarna ontving ze ook de leden van de Prinses Irene Brigade in Stubbings House én had ze inmiddels ook zelf de smaak te pakken om naar de VS te vliegen. Zo bezocht ze er eind ’43 de leider van China en zijn vrouw, samen met dochter Juliana. In de herfst van 1944 werd Zuid-Nederland eindelijk bevrijd. Wilhelmina kon niet wachten om een bezoek te brengen aan dit bevrijde deel van het land, en had ook plannen zich daar te vestigen. Maar de Nederlandse regering vond dat de veiligheid van het staatshoofd nog onvoldoende was gewaarborgd. In het najaar arriveerde Prinses Juliana wel voor korte tijd in Londen. Na het succesvolle landen van de geallieerde troepen in Normandie kwam de prinses naar Londen in de hoop dat de oorlog spoedig voorbij zou zijn. Op het vliegveld werd ze hartelijk ontvangen door haar moeder.
Bezoek aan 'Oranjehaven'. Nederlanders in ballingschap. Foto's: ©  RVD
Het werd pas maart 1945 toen de Koningin een rondreis door de bevrijde zuidelijke provincies kon maken. Uit vrees voor een Duitse aanslag vonden de voorbereidingen ervan in het diepste geheim plaats. Op 13 maart arriveerde de Koningin in het Zeeuwse Eede. In deze grensplaats was bijna geen huis onbeschadigd de oorlog doorgekomen. Het publiek was zo onder de indruk van de bijzondere gebeurtenis dat er naar verluidt maar nauwelijks gejuicht werd. Koningin Wilhelmina overnachtte in Oostburg, waarvandaan ze nog Vlissingen bezocht.

Foto: ©  J.M. Rousel/RVD

Op uitdrukkelijk verzoek van de Koningin voer de auto niet de Koninklijke standaard maar de Nederlandse vlag. Al snel ging het gerucht dat de Koningin in Zeeland was en stonden er overal steeds meer mensen in dikke rijen te wachten. Ook in Noord-Brabant en Limburg stonden veel mensen en werd er gevlagd. Toch bleef de Koningin niet. Ze keerde terug naar Engeland waar ze via Radio Oranje bedankte voor de hartelijke ontvangst in de provincies. Op 2 mei keerde de Koningin samen met haar dochter Juliana weer naar Nederland terug. Ze brachten onder andere een bezoek aan Breda. Juliana ging daarna weer naar Ottawa. Zij zou uiteindelijk met haar dochters in augustus voorgoed terugkeren naar Nederland. In de proclamatie van 11 mei 1945 liet Wilhelmina weten: “ Landgenoten, Het uur der bevrijding is thans ook voor u aangebroken. Het ogenblik waarop ik en u met zoveel spanning en ongeduld gewacht hebben, is daar. Ik weet van de bittere beproeving, waaronder gij, afgesneden van een deel van ons vaderland, deze laatste maanden hebt geleefd. Die druk heeft thans een einde genomen. Ik weet ook van de bovenmenselijke moed, waarmede gij de zwaarste ontberingen hebt gedragen. Talrijke handen zijn uitgestrekt om het einde uwer noden zoveel mogelijk te bespoedigen, maar veel zal daarbij afhangen van uw rustige en eendachtige houding in de komende dagen. Werkt allen mede deze een rustig verloop te geven. Gehoorzaam stipt de bevelen van het geallieerde opperbevel, waarmee de regering een regeling heeft getroffen. Luistert naar de aanwijzingen van uw Nederlandse militair gezag, dat krachtens die regeling onder leiding en verantwoordelijk der Nederlandse regering zijn taak in overleg met het geallieerde opperbevel verricht. Ik hoop spoedig op Nederlandse bodem terug te keren om met mijn verantwoordelijke raadgevers de leiding van ’s Lands zaken weer op mij te nemen. Dat Gods zegen op u allen ruste. Nederland herrijst. Leve het vaderland!” 

De Koningin keerde niet direct terug naar Paleis het Loo. Ze weigerde het door de Duitsers uitgeleefde paleis te betreden. Er werd zelfs overwogen om het Loo af te breken. Tot april 1946 nam ze haar intrek in een huurhuis aan de Nieuwe Parklaan in Den Haag. Later verhuisde ze nog naar een villa aan de Waldeck Pyrmontlaan in Apeldoorn. Toch begon ze de ruimte te missen. Ze verlangde zó naar het paleis. Sindsdien zou ze nooit meer van woonlocatie veranderen.

In de zomer van 1945 vonden er in het hele land diverse feesten plaats. In Amsterdam en Den Haag stond vooral de terugkeer van Wilhelmina centraal. Op 26 juni bekeek de Koningin vanaf het balkon van Paleis op de Dam een bevrijdingsdefilé, en op 6 juli werd Wilhelmina met een feestelijke intocht officieel ontvangen in Den Haag. Voordat ze voor het eerst ook weer Paleis Noordeinde betrad, ontving ze van kinderen een grote bos bloemen. Per auto vertrok de stoet vervolgens naar het Regentesseplein waar men een zanghulde aan de Koningin bracht.



vrijdag 17 januari 2014

Wilhelmina 1880 – 1962: XII

Vanaf deze maand verschijnen de vervolgdelen van ‘Wilhelmina 1880-1962’ wat eind oktober 2013 tijdelijk voorrang gaf aan ’10 jaar Amalia, Prinses van Oranje’. Omdat dat thema ook nog niet is afgerond, wisselen Wilhelmina en Amalia elkaar af de komende tijd.

1936 – 1940

Prins Bernhard..
Achter de schermen maakte Wilhelmina zich regelmatig zorgen over haar dochter die nog geen echtgenoot was tegengekomen. Als Prinses Juliana vrijgezel zou blijven, zou dat het einde van het Huis van Oranje betekenen. Via via werd haar dochter in contact gebracht met de Zweedse Prins Carl Bernadotte. Toen dat op niets uitliep, ging Wilhelmina bijna wanhopig op zoek naar een nieuwe huwelijkskandidaat. Dankzij de bemiddeling van Jonkheer John Loudon kwam uiteindelijk de Duitse Prins Bernhard zur Lippe-Biesterfeld in beeld. Deze prins werkte op dat moment in de Parijse vestiging van het Duitse IG Farben-concern. In Igls, waar Koningin Wilhelmina in februari 1936 met Juliana op wintersportvakantie was, vond de eerste ontmoeting tussen de twee plaats. Juliana was meteen verliefd op hem, en ook bij Koningin Wilhelmina viel de Duitse prins in de smaak. Prins Bernhard vond Prinses Juliana ‘erg verlegen, maar ontzettend lief’, zo liet hij later weten. Van een wintersportvakantie met haar dochter kwam zodoende niet veel meer terecht. De Koningin maakte wandelingen en autoritjes door de omgeving, terwijl de prinses op de ski’s stond in het gezelschap van vrienden én Prins Bernhard.

De romance blijft aanvankelijk nog geheim, dus ging na de vakantie het ‘gewone leven’ weer verder. Op 4 juni was er veel belangstelling voor het monument dat Koningin Wilhelmina zou onthullen in Den Haag. Het Monument voor Koningin Emma staat op een kleine verhoging die door vier traptreden kan worden bereikt. Na diverse toespraken van de voorzitter van het oprichtingscomité en de minister van staat, sprak Koningin Wilhelmina een dankwoord uit waarna ze het gedenkteken onthulde met de tekst: Zij die voor ons allen een moeder is geweest, is tot Gods heerlijkheid ingegaan. Haar liefhebbend hart heeft U allen omvat. Zij trachtte steeds een zegen te zijn voor ons allen. Thans, nu we haar moeten missen, zooals wij haar steeds zo gaarne bij ons en om ons zagen, blijft het belangrijkste zij en haar liefde, ons omringen. 31 maart 1934, Koningin Wilhelmina. Ter Herinnering aan Hare Majesteit de Koningin-Moeder Emma Adelheid Wilhelmina Theresia Prinses van Waldeck-Pyrmont, Gemalin van Zijne Majesteit Willem III Koning der Nederlanden, Koningin-regentes van 24 XI 1890 tot 31 VIII 1898, Geboren 2 VIII 1858 Arolsen, Overleden 20 III 1934, 's-Gravenhage. Opgericht door de Burgerij van 's-Gravenhage, onthuld 4 juni 1936 door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina.


Een gelukkige Koningin
In juli vertrok Koningin Wilhelmina korte tijd naar Frankrijk om te schilderen. Toen ze met haar schildersezel midden in een straatje in Mittelbergheim zat werd ze omringd door nieuwsgierige kinderen. Al met al werd het een gezellig tafereeltje.

Na de ontspanning wordt ze bij terugkomst in Nederland direct geconfronteerd met het feit dat een fotograaf Prinses Juliana en Prins Bernhard samen in het Zwitserse Grindelwald gefotografeerd had en die foto’s aan Nederlandse kranten verkocht. Het oorspronkelijke plan van Koningin Wilhelmina om de verloving van haar dochter en aanstaande schoonzoon op eerste kerstdag 1936 bekend te maken mislukt; ze voelt zich gedwongen al op 8 september de verloving aan te kondigen. Tijdens die officiële aankondiging verschenen de prins en prinses met de Koningin voor Paleis Noordeinde in Den Haag en enkele dagen later ook op het balkon van het Paleis op de Dam samen met Prinses Armgard (Bernhard’s moeder) en zijn broer Prins Aschwin. Terwijl het verloofde paar door het land trekt om overal zanghuldes in ontvangst te nemen vanaf diverse stadhuisbalkons, ging ook Koningin Wilhelmina weer het land in. Een opmerkelijk ontspannen indruk maakte ze bijvoorbeeld bij een bezoek aan de werklozententoonstelling ‘Tejowe’ in Amsterdam. De tentoonstelling toonde projecten voor werkloze jongeren. Wilhelmina was zo geïnteresseerd dat ze zich niet aan het draaiboek hield en veel langer bleef. De ontspannen indruk kwam wellicht omdat haar dochter nu een vriend had, waardoor er ook nageslacht van het Huis van Oranje zou kunnen komen.


Foto: © Franz Ziegler
Als op 6 november grote krantenkoppen duidelijk maken dat 7 januari 1937 de grote dag zal zijn waarop Prinses Juliana haar jawoord zou geven aan Prins Bernhard liet Koningin Wilhelmina weten: “De bruiloft van mijn dochter is in de eerste plaats een familieaangelegenheid zonder de uiterlijke pracht en praal waarmee dit soort huwelijken veelal gepaard gaan.” Die pracht en praal kwam er, met wat tegenzin van Wilhelmina, toch wel. Al op de avond van 5 januari 1937 vond er een galaconcert plaats in het gebouw voor Kunst en Wetenschappen in Den Haag. Van te voren was commotie ontstaan over het wel of niet spelen van het Nationaal-Socialistische Horst Wessel-lied. Koningin Wilhelmina wilde dat het lied gespeeld zou worden, maar de dirigent van het orkest – Peter van Anrooy – weigerde dat. Op last van Koningin Wilhelmina werd van Anrooy daarom op staande voet ontslagen als vaste dirigent van de Koningin bij Koninklijke concerten. Twee dagen later zat Koningin Wilhelmina samen met Prinses Armgard in de Glazen Koets. Met dit rijtuig werden ze door Den Haag vervoerd met voorop de Gouden Koets waar het bruidspaar in zat. Nadat het burgerlijk huwelijk in het stadhuis was gesloten, vertrok de stoet verder naar de Sint Jacobskerk voor de kerkelijke inzegening. Na de huwelijksvoltrekking maakten de prins en prinses een rondrit door Den Haag die eindigde op Paleis Noordeinde waar het paar zich op het balkon liet zien voor het publiek. Daarna werd er achter de paleisdeuren verder gefeest met alle aanwezigen. (lees hier verder)

Vanuit haar vakantieverblijf in Zell am See legde Koningin Wilhelmina op 19 februari 1937 maar eens vast – in het kortste Koninklijke besluit ooit – dat rood, wit en blauw de kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn. Overigens werden na de Tweede Wereldoorlog pas echt de exácte kleuren bepaald. ‘Helder vermiljoen, helder wit en kobaltblauw’. Natuurlijk was de vlag toen al eeuwen oud. De vroegste voorbeelden van de driekleur stammen uit de 16e eeuw, al was rood toen nog oranje. Na de langdurige huwelijksreis van Prinses Juliana en Prins Bernhard, bracht het drietal in juni een officieel bezoek aan Amsterdam. Op 6 juni werd een galaconcert van het Concertgebouw orkest bezocht, en ook was er een balkonscène.


Hoewel alles deze dagen voornamelijk om het pas getrouwde paar draaide, werd Koningin Wilhelmina niet minder toegejuicht. Enkele dagen later was ze dan ook al weer in de hoofdstad te vinden toen ze een ijsclub bezocht. In augustus van dat jaar was Nederland gastland van de Wereldjamboree (bijeenkomst van jeugdige scouts van over de hele wereld). Koningin Wilhelmina opende de Wereldjamboree in Vogelenzang. De Nederlandse scouting keek hun ogen uit, omdat ze – door gebrek aan tv – niets van buiten het dorp kenden. Ineens liepen ze tussen scouts uit heel de wereld. Met een defilé werd het kamp officieel geopend. Anderhalf uur lang kreeg Koningin Wilhelmina alle deelnemers te zien die langzaam voorbij liepen. Een paar dagen later werd er op de slotavond een groot kampvuur georganiseerd. Prins Bernhard en Prinses Juliana verrasten iedereen door onverwachts het kamp binnen te stappen en plaats te nemen tussen alle scouts op de grond. Bij het kampvuur zongen ze gezellig alle liedjes mee.

Eerste kleindochter
Foto: © J.M. Rousel
Aan het prille liefdesgeluk (en met een eerste kindje op komst) kwam op 29 november 1937 bijna een einde. Prins Bernhard raakte betrokken bij een zwaar auto-ongeluk bij Diemen. Hij botste in zijn Ford Cabriolet met snelheid vol op een zandauto. Zijn hoofd sloeg door de voorruit en hij zat bekneld in de zwaar beschadigde auto. In het Amsterdamse Burgerziekenhuis werd vervolgens geconstateerd dat hij een zware hersenschudding, een schedelbasisfractuur, een paar gebroken ribben en een aantal hoofdwonden had opgelopen. Koningin Wilhelmina verhuisde samen met de hoogzwangere Juliana naar het ziekenhuis. Omdat ze eerder dan haar dochter op de hoogte was van het ongeluk belde ze vanuit het ziekenhuis voorzichtig naar haar op om het nieuws te melden. Daarbij ontstond de vrees dat door de schok Juliana een miskraam zou krijgen. In een brief had de Koningin ondertussen ook aan de minister van Waterstaat laten weten dat de verkeerssituatie op de betreffende weg ook veel te gevaarlijk is. Hoewel het aanvankelijk om één overnachting van Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana zou gaan, bleven ze uiteindelijk tot en met het einde van het jaar. Gelukkig mocht Prins Bernhard op 5 januari het ziekenhuis verlaten. Enkele weken later, op 31 januari 1938, werd Koningin Wilhelmina voor het eerst oma van een kleindochter. Prinses Beatrix kreeg bovendien de twee namen van beide grootmoeders (Wilhelmina en Armgard) Voor de doop van het prinsesje op 12 mei 1938 werd onder andere Koning Leopold III van België uitgenodigd die later dat jaar weer in Nederland kwam voor een officieel staatsbezoek. Als goede vriend was hij gevraagd peetvader te zijn van de toekomstige troonopvolgster.


Foto: © Franz Ziegler

40-jarig regeringsjubileum
Foto: © Godfried de Groot
In september 1938 wordt het 40-jarig regeringsjubileum – ondanks de oorlogsdreigingen – gewoon gevierd. Een écht feestelijke sfeer hangt er niet in Nederland dat economisch moeilijke tijden doormaakte. In de Troonrede op Prinsjesdag ging de Koningin daar uitgebreid op in: “In alles één net mijn volk, in denken en voelen, in liefde voor de vrijheid en rechten en voor zijn onafhankelijkheid, behoud ik aan de afgelopen 40 jaar een blijde herinnering. In zorgvolle en benarde omstandigheden, in beproeving, maar ook in dagen van vreugde zijn wij nog nauwer samengegroeid en heb ik mij gedragen geweten door de liefde en het vertrouwen van mijn volk. Dankzij zijn vlijt, taaiheid en uithoudingsvermogen en zijn vaste wik zijn bestaan en onafhankelijk te allen tijde met Gods hulp te handhaven kunnen wij, de druk der tijde ten spijt, op vooruitgang en ontwikkeling bogen, hetgeen ons aanzien bij de andere volken ten goede is gekomen en hun vertrouwen in ons versterkt. De zon schijnt niet zonder schaduwen te werpen, die ook over ons heengaan. Als wij arbeiden is het onze plicht de werkelijkheid niet te verbloemen maar haar te zien, zoals zij is en wat zij meebrengt onvervaard en kloek aan te durven en met een groot en sterk vertrouwen en opgeheven hoofd de komende tijden tegemoet te gaan.”

Kort voordat de aftrap van de viering van haar 40-jarig regeringsjubileum – op 31 augustus – gehouden werd, vertelde ze in familiekring dat ze de gedachte had om te willen aftreden. Prins Bernhard en Prinses Juliana weerhielden haar daarvan door als argument te noemen dat hun gezin nog niet volledig was en ze graag nog wat van het gezin wilde genieten. Koningin Wilhelmina begreep dat en besloot toch nog maar even door te regeren.. En het jubileum werd – ondanks de crisis – uitbundig gevierd. In het hele land vonden diverse feesten plaats en men had er werk van gemaakt om dorpen en steden te versieren. Op 31 augustus begon de viering in Den Haag. Koningin Wilhelmina maakte per rijtuig een toer door de stad en werd overal luid toegejuicht. Samen met Prins Bernhard en Prinses Juliana keek ze tot slot, vanaf het balkon van het Paleis aan het Lange Voorhout naar zang – en dansoptredens. Bijna 2000 mensen zongen haar toe tijdens de gecombineerde viering van haar 40-jarig regeringsjubileum en Koninginnedag. Een paar dagen later ging het feest verder in Amsterdam. Daar werd tussen 5 en 10 september feest gevierd. Op 6 september was er een groot defilé van verkleedde mensen op de Dam, waar Koningin Wilhelmina, wederom vanaf het balkon, goed zicht op had.



In de avond was bovendien de verlichte kroon met het getal 40 goed te zien. Op de M.S. ‘Oranje’ vond de volgende dag een plechtigheid plaats, waarbij er diverse geschenken aan de Koningin werden overhandigd. En tot slot, op zaterdag 10 september, vond er een groot spektakel plaats in het Olympische stadion. Er werden liedjes gezongen en veel balletvoorstellingen opgevoerd. Hoogtepunt was dat de geschiedenis van de Koninklijke familie – middels verschillende rijtuigen met toneelspelers – werd nagespeeld. Tot slot vond ook in Amsterdam een rijtoer door de stad plaats. Dit keer met de Crème Calèche.

Ruim twee maanden later zou Koningin Wilhelmina, dan in het gezelschap van Koning Leopold, weer een rijtoer door Amsterdam maken. Nadat hij eerder dat jaar aanwezig was als peter bij de doop van Prinses Beatrix, was hij nu op officieel staatsbezoek in ons land. Natuurlijk werd er tussen de programmaonderdelen door ook geposeerd met de kleine Beatrix:


Staatsbezoek aan België
Kort nadat ze tijdens de vakantie in Zwitserland in maart 1939 bericht ontving over een kamp die zal worden ingericht voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland, gevestigd in Ermelo, brengt Wilhelmina een tegenbezoek aan België. Ze regelt ondertussen nog wel snel dat ze er moeite mee had dat dit kamp zo dichtbij Paleis het Loo zou komen. Geen probleem, zo blijkt als een paar dagen later de minister al een nieuwe locatie had gevonden: het Amerveld in de Drentse gemeente Westerbork. Dit zou de centrale opvangplek worden maar zou uiteindelijk in de Tweede Wereldoorlog ook het ‘doorgangskamp’ worden voor tienduizenden Joden die vanuit die locatie op transport werden gezet naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen. Deze ellende lijkt nog ver weg als Koningin Wilhelmina in mei 1939 in Brussel ontvangen wordt door Koning Leopold III. Na een rijtoer door Brussel, verschijnen beide staatshoofden op het balkon van het Koninklijk Paleis. Een dag later bracht de Koningin een bezoek aan de kerk van Laken.
Foto's: © Wiel van der Randen en Franz Ziegler
Op 5 augustus kreeg Koningin Wilhelmina het heuglijke nieuws te horen dat ze voor de tweede keer oma was geworden. In verband met de gespannen toestand in Europa kreeg het prinsesje de naam Irene wat ‘vrede’ betekend. Helaas was er van vrede geen sprake meer in Europa, en nam de oorlogsdreiging toe. Dat de troonrede in de Haagse Ridderzaal voorlopig de laatste zou zijn, kon Koningin Wilhelmina in september 1939 nog niet vermoeden. Wel opende ze de troonrede met de woorden: “Onder sombere omstandigheden kom ik heden in uw midden.”


Het laatste vreugdevolle Koninklijke moment in Nederland was 30 april 1940. Prins Bernhard en Prinses Juliana maakten ter gelegenheid van de verjaardag van de prinses een rijtoer door Den Haag samen met de kleine Prinses Beatrix en Prinses Irene. Koningin Wilhelmina keek vanachter een raam van Paleis Huis ten Bosch tevreden toe hoe haar zoon en schoondochter het terrein weer betraden. Ze maakte zich op dat moment ernstig zorgen over de oorlog. Premier de Geer probeerde Wilhelmina er nog van te overtuigen dat de oorlogsdreiging niet zo’n vaart zal lopen, maar Koningin Wilhelmina nam het zekere voor het onzekere en bracht, samen met haar dochter, schoonzoon en kleindochters, na 30 april de nachten door in een schuilkelder bij Huis ten Bosch.

Schuilen en vluchten.. 
Al op 10 mei was het zover en viel Duitsland Nederland binnen. Geschrokken maakte Koningin Wilhelmina haar dochter wakker met de woorden: “Ze zijn gekomen”. Sindsdien volgde de Koningin de gebeurtenissen van uur tot uur. Er wordt besloten dat het Koninklijk gezelschap naar de schuilkelder van Paleis Noordeinde gaat, maar een lang verblijf werd het niet. De benauwde situatie zorgde voor de uitvoering van het vluchtplan. Vooraf was afgesproken dat, in geval van oorlog met Duitsland, Prinses Juliana, Prins Bernhard en hun twee kinderen naar Engeland zouden vertrekken. De Britse regering was al sinds het najaar van 1939 op de hoogte van dit plan en had hier positief op gereageerd. Meerdere vertrekpogingen mislukten door Duitse luchtlandingstroepen, maar op 12 mei slaagden Prinses Juliana, Prins Bernhard met hun prinsesjes erin om zich per auto naar IJmuiden te vervoeren en daar in te schepen. In de ochtend van 13 mei nam Wilhelmina – op aanraden van generaal Winkelman – ook maar de beslissing om niet langer in Den Haag te blijven. Via Hoek van Holland vaarde ze naar Engeland. Na haar aankomst in Londen richtte Wilhelmina zich met een proclamatie tot het Nederlandse volk. Zij legde daarin uit dat ze niet uit lafheid naar Engeland was vertrokken, maar dat “het harde, maar noodzakelijke besluit (moest) worden genomen de zetel der regering te verplaatsen naar het buitenland.” Vanaf juli 1940 begon Koningin Wilhelmina met haar toespraken via Radio Oranje. De bevrijding van Nederland was nog ver weg...

donderdag 17 oktober 2013

Wilhelmina 1880-1962: XI

1931 – 1935

Hoewel Koningin Wilhelmina regelmatig poseerde voor een nieuw officieel staatsieportret, werden foto’s pas sinds 1931 gebruikt voor een postzegel. In 1931 maakte fotograaf Ziegler een bijzonder mooi Koninklijk portret van Wilhelmina, waarvan de bovenste helft gebruikt werd voor de postzegels van 36, 70 en 80 cent die in 1931 en 1933 werden uitgegeven.

Na lange tijd ging  Koningin Wilhelmina in juni 1931 ook weer eens op staatsbezoek. Wederom naar Frankrijk voor de tweede keer in haar regeringsperiode. Haar man Prins Hendrik en de nu 22-jarige Juliana vergezelden haar tijdens het ruim twee dagen durende bezoek. Op de binnenplaats van het Elysée inspecteert de Koningin, zoals traditie is bij ieder staatsbezoek, de erewacht. Ook wordt ze ontvangen door het gemeentebestuur.


En hoewel de Fransen al sinds 14 juli 1795 de Marseillaise als officieel volkslied hebben, wordt het Wilhelmus in 1932 officieel geregistreerd als Nederlands volkslied. Het vervangt: ‘Wien Neêrlands bloed’ – een lied wat eigenlijk nooit populair is geworden. Het Wilhelmus werd in de loop van de jaren tijdens de strubbelingen tussen noord – en zuid Nederland al steeds geliefder in het noorden. Bij de inhuldiging van Koningin Wilhelmina werd het Wilhelmus zelfs al officieel gespeeld (Wilhelmina’s voorkeur), maar pas in 1932 stond het zwart op wit. In voorbereiding op het 35-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina werd het vastgelegd door de regering.



Wilhelmina's schilderstalent 
In haar vrije tijd probeerde Koningin Wilhelmina zoveel mogelijk te schilderen. Dankzij lessen van schilders als Albert Roelofs, Willem van Konijnenburg en Louis van Soest wist ze al snel een professioneel niveau te behalen. De Haagse Kunstenaarsvereniging Pulchri Studio nodigde de koningin in 1932 dan ook uit om voor hen te schilderen. Het liefst schilderde de Koningin landschappen van de Veluwe en de Scheveningse Duinen, maar ook tijdens vakanties naar Noorwegen, Zwitserland, Engeland en Schotland ging de schildersezel mee. Sterker nog; daar draaiden haar vakanties om. Naar eigen zeggen was schilderen voor haar de manier om haar verbondenheid met Gods schepping tot uitdrukking te brengen. Veel van haar schilderijen werden in januari 1933 zelfs naar Indonesië (toen nog Nederlands-Indië) gebracht voor een tentoonstelling. De ingepakte schilderijen van Koningin Wilhelmina, die te herkennen zijn aan de oranje band, werden aan boord van de M.S. Indrapoera gebracht, en vanuit Rotterdam naar Indonesië gevaren.



Bijzonder jubileumjaar
In 1933 werd in Nederland herdacht dat Willem van Oranje 400 jaar geleden geboren werd. Zo zijn Koningin Wilhelmina, Prins Hendrik en Prinses Juliana in januari op de universiteit van Leiden aanwezig bij een bijeenkomst en wordt er op de geboortedag zelf (23 april) een standbeeld van Willem van Oranje onthuld door Koningin Wilhelmina. De Koninklijke Militaire Kapel zorgde voor de stemmige, muzikale omlijsting. Veel muziek en zang is er ook te horen op de jubileumavond van de vereniging ‘Ons Hollandsch Lied’ in de zaal van de dierentuin. Juliana, die met haar liefde voor liedjes zelf ook het liefst op het podium tussen de dames van ‘Con Amore’ had gestaan, moest zich bij deze bijeenkomst inhouden niet vrolijk mee te doen. 1933 werd, zeker met wat een jaar later gebeurde, een echt feestjaar. Koningin Wilhelmina zat precies 35 jaar op de troon en dat werd op meerdere momenten in september van dat jaar gevierd. Ook was er aandacht voor Koningin Emma die op 2 augustus 1933 haar 75e verjaardag vierde op Paleis Soestdijk. Op 6 september vond er al een rijtoer met de jubilerende Wilhelmina en haar familie plaats door Amsterdam, maar op 10 september werd er helemaal groots uitgepakt. Het regeringsjubileum van de Koningin werd gevierd in het Olympisch stadion, met voor het eerst een hoorbaar sprekende Koningin op beeld. Koningin Wilhelmina, Prins Hendrik, Prinses Juliana en Koningin-moeder Emma arriveerden per koets door de met zijde versierde Marathonpoort. Vanaf de Koninklijke tribune zag de familie de hele middag een defilé aan mensen. Van muziek tot turnverenigingen. Koningin Wilhelmina genoot en sprak tot slot een dankwoord uit; ”Pogen mijn plicht te vervullen tegenover bet Vaderland, is mij in donkere tijden méér dan ooit een voorrecht en bron van blijdschap waar ik mij gedragen weet door uwe trouw en medeleven. De Nationale gedachte bindt ons hier allen tezamen. Wij zullen ons zelf zijn en blijven. Wij willen voortbouwen op de grondslagen door onze Vaderen gelegd. Ons bewust van onze roeping tegenover ons zelf en in het groote gezin der Volkeren".

Later volgde nog een geschreven dankwoord van de Koningin over de bijzondere middag: “Het is mij een behoefte nogmaals uiting te geven aan mijn diepgevoelden dank jegens allen, die Zaterdag uit alle deelen des lands in het Stadion te Amsterdam zijn samengestroomd om mij blijk te geven van hunne liefde en aanhankelijkheid en die dezen dag tot een onvergetelijke feestdag voor mij hebben gemaakt.” Ruim een week later werd in de paleistuin van Noordeinde het feestje nog eens dunnetjes over gedaan met een kinderhulde van 20.000 kinderen. Koningin Wilhelmina, Prins Hendrik en Prinses Juliana keken toe vanaf de trap om zich vervolgens door Den Haag te laten vervoeren en toegejuicht te worden door duizenden mensen.



Grote belangstelling was er ook voor Koningin Wilhelmina toen ze op 18 november de eerste verkeersbrug opende tussen Zaltbommel en Waardenburg met de naam ‘De Bommelse Brug’. Een brug die door de smalle rijbanen in de stalen kooiconstructie overigens in 1996 weer gesloopt werd.

Afscheid van Prins Hendrik en Koningin-moeder Emma
Als de Koninklijke familie (Wilhelmina, Hendrik en Juliana) in januari 1934 op vakantie gaan met de trein naar Zwitserland, hebben ze nog lang geen weet van het feit dat dit de laatste onbezorgde vakantie is voorafgaand aan een jaar met veel verdriet. Een paar maanden later, op 20 maart overleed Koningin-moeder Emma op 75-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking op het Paleis Lange Voorhout. Een datum waarop precies zeventig jaar later ook haar kleindochter zal overlijden. Kort na het overlijden van Emma zijn honderden mensen getuige van een in het zwart gesluierde Koningin die het paleis Lange Voorhout betreedt. Een week later, op 27 maart, wordt Emma bijgezet in de grafkelder van de Oranjes in de Nieuwe Kerk in Delft. Kort na de uitvaart spreekt de Koningin op 31 maart een dankwoord uit via de radio. Voorafgaand is ook nog Koningin Emma te horen. Een jaar voor haar overlijden sprak ze een boodschap in ten behoeve van de tuberculosebestrijding. Nog geen drie maanden na het overlijden van haar moeder besluit Koningin Wilhelmina naar Zwitserland te reizen om uit te rusten. Maar op haar vakantieadres kreeg ze een zorgwekkend telefoontje dat haar man op het kantoor van het Rode Kruis een zware hartaanval had gekregen. Omdat de artsen een herhaling niet uitsloten, reisde Koningin Wilhelmina direct terug naar Nederland. Prins Hendrik overleed uiteindelijk op 3 juli, om half twee ’s middags aan een hartstilstand. Juliana, die nog in Engeland verbleef, werd door Koningin Wilhelmina telefonisch op de hoogte gebracht van het overlijden van haar vader en vertrok nog diezelfde avond per Batavier. Ook verscheen er ’s avonds een ‘Buitengewone Staatscourant’ waarop een mededeling van Wilhelmina stond: "Het heeft God behaagd, Mijn beminden Echtgenoot tot Zich te nemen. Hij is hedenmiddag zacht en kalm plotseling ontslapen. Met groote droefheid geef ik daarvan kennis. Ik ben overtuigd, dat allen deelen in Mijn smart en die van Mijne Dochter.” De volgende ochtend, 4 juli, werd de jonge prinses in de haven opgevangen door Wilhelmina. Het eerste wat Prinses Juliana bij thuiskomst deed waren de ringen – die haar moeder had laten verwijderen – weer terug om de vingers van haar vader schuiven. Op 11 juli, een week na zijn overlijden, werd Prins Hendrik bijgezet in de Nieuwe Kerk in Delft. Naar eigen wens in het wit. Klokslag kwart voor tien vertrok de rouwstoet met witte lijkkoets van Paleis Noordeinde onder toeziend oog van Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana die beide in het wit gekleed waren en in de vestibule stonden. Even later stonden ze ook bij de Nieuwe Kerk in Delft toen daar de kist werd binnengedragen. Er waren veel toeschouwers op de been. Op de daken van de huizen en winkels die aan de markt liggen zaten vele tientallen mensen.



Na 44 jaar bestond de Koninklijke familie opnieuw uit maar twee personen; Wilhelmina en Juliana, zoals in 1890 Emma en Wilhelmina achterbleven na het overlijden van Koning Willem III.



Twee jaar in witte rouwkleding
Na het overlijden van haar man droeg Koningin Wilhelmina nog lange tijd – zeker twee jaar – witte rouwkleding. Ook poseerde ze regelmatig voor officiële foto’s, wat indrukwekkende portretten opleverde. Zo poseerde ze voor fotograaf Franz Ziegler op de trap van Paleis het Loo in het najaar van 1934. Later bleek dat Koningin Wilhelmina op die foto slanker gemaakt is dan ze eigenlijk was.



Het overlijden van zowel haar moeder en man in één jaar tijd was erg moeilijk en emotioneel voor de Koningin. Het liefst wilde ze in die periode aftreden omdat ze meende dat het volk een ‘beetje op haar was uitgekeken’ en om ze zich onmachtig voelde om het kabinetsbeleid bij te sturen, maar omdat Prinses Juliana nog ongehuwd was, wilde ze dat haar dochter nog niet aandoen. Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana verschenen vanaf 1935 bijna altijd samen in het openbaar. Ook werden ze gefotografeerd tijdens een fietstocht in januari. Beiden waren goed ingepakt, omdat het eigenlijk geen fietsweer is, maar op haar geliefde vervoersmiddel kreeg Koningin Wilhelmina nog de meeste afleiding.



Na hun jaarlijkse bezoek aan Amsterdam, vertrokken Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana bovendien voor een lange vakantie ( 6 augustus tot 11 september) naar Schotland, waar ze onder andere een lange tocht te paard door de Schotse Hooglanden maakten. Koningin Wilhelmina schildert er ook veel, en kan weer genieten. Na de vakantie had ze weer  positieve energie, en legde ze veel werkbezoeken af. Zo bezichtigt ze een tentoonstelling van ontwerpen voor een gedenkteken voor haar moeder in de Ridderzaal. Ook inspecteert ze verschillende brigades, zoals de Marechaussee Brigade in Oss.

Foto's:  © Ziegler, RVD