02-02-02: Huwelijk Willem-Alexander en Máxima | De Oranjes

donderdag 2 februari 2012

02-02-02: Huwelijk Willem-Alexander en Máxima

Willem-Alexander en Máxima 10 jaar getrouwd!


Foto: Jeroen v.d. Meyde/RVD



Burgerlijk huwelijk in de Beurs van Berlage
Hoewel het winter was, zag 2 februari 2002 er zonnig en bijna zomers uit. Amsterdam was prachtig versierd, en wie de televisie al aan had staan kon beelden zien van het vertrek van de gasten uit het Koninklijk Paleis en de aankomst bij de Beurs van Berlage. Niet alle gasten waren aanwezig in de Beurs van Berlage; wel de naaste familieleden en vrienden. Buitenlandse royals – op peettante van Willem-Alexander Koningin Margrethe na – waren alleen bij de kerkelijke inzegening. Ergens moet je ook een grens trekken met zóveel gasten. Toen de laatste gasten – Koningin Beatrix en Prins Claus – uit het Koninklijk Paleis vertrokken, was vast te stellen dat het bruidspaar niet lang meer op zich liet wachten. Ze werden luid toegejuicht, en de vooraf veelbesproken trouwjurk van Valentino kon iedereen nu live bewonderen. De jurk – gemaakt van ivoorkleurige mikadozijde – beschikt over mouwen waarin Máxima – zo blijkt later – een zakdoekje in kon opbergen. De vijf meter lange sleep van geborduurde kant werd gedragen door de bruidsmeisjes: Valeria Delger, Juliana Guillermo, Theresa baronesse von der Recke en Inés Zorreguieta. De bruidsmeisjes waren samen met de bruidskinderen (Jonkheer Paulo Alting von Geusau, Johann-Casper baron von dem Bussche – Haddenhausen (1997-2009) Alexandre Friling, Floris ter Haar, gravin Leonie zu Waldburg-Zeil-Hohenems en Prinses Pauline zu Sayn-Wittgenstein-Hohenstein ) in het rood gekleed. Maar de kinderen moesten alleen bij de kerkelijke inzegening ‘optreden’. Kroonprins Willem-Alexander droeg het groot tenue van de Koninklijke Marine in de rang van kapitein ter zee. Per Rolls Royce vertrokken Willem-Alexander en Máxima richting de Beurs van Berlage. Onderweg zien ze de een na de andere enthousiaste toeschouwer, een blauwe lucht, stralende zon…niets kan meer mis gaan.




Bij de Beurs van Berlage wordt het bruidspaar ontvangen door toenmalig burgemeester Cohen. Alle naaste familieleden en vrienden hebben dan hun plekje al gevonden. Als ook Willem-Alexander en Máxima hebben plaats genomen en de jurk netjes over de blauwe loper gedrapeerd is, neemt Cohen het woord:

"Bruid en Bruidegom Majesteit Members of the Zorreguieta Family Your Majesty Your Royal Highnesses Family Prime Minister Honoured guests, Bienvenidos a todos. I welcome you all to Amsterdam on this very special occasion of the wedding of Miss Zorreguieta and the Prince of Orange. Unfortunately for our English and Spanish speaking guests we will, as you may understand, speak Dutch. But actually, it's quite simple. In Dutch, the English word 'yes' and the Spanish word 'si', are pronounced as 'ja', so it should not be too difficult for you to understand the most important part of this ceremony. Dames en heren, Op dit zo belangrijke ogenblik in het leven van Prins Willem Alexander en Máxima Zorreguieta zijn wij bij elkaar gekomen op een plaats die karakteristiek is voor Amsterdam - de hoofdstad van ons land, de stad die nu ten tweede male de plaats is waar het huwelijk van een troonopvolger wordt gesloten. Dit keer in de Beurs van Berlage, symbool van Amsterdamse bouwkunst, een eeuw geleden bij het aanbreken van een nieuwe tijd verrezen. Bruid en Bruidegom, U in het bijzonder heet ik hier natuurlijk welkom, samen met uw familie en vrienden. De persoonlijke gebeurtenis die het sluiten van een huwelijk meestal is, is in uw geval ook een publieke gebeurtenis; naast de aanwezigen hier kijken nog wat meer mensen mee - in Nederland èn overzee. Ook zij voelen zich betrokken en leven met u mee. Uw huwelijk dat gebaseerd is op de liefde die u voor elkaar voelt en de wens om samen verder door het leven te gaan, is méér dan een privé-aangelegenheid. Zij is ook een gebeurtenis van publiek belang, nu de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal u ingevolge artikel 28 van de Grondwet voor het aangaan daarvan toestemming heeft verleend. Die toestemming bevestigt de publieke verantwoordelijkheid die u beiden wilt dragen. Daarom is deze huwelijkssluiting ook de bevestiging van een verbintenis met een heel land. U, bruidegom, bent eraan gewend dat uw leven ook altijd een publiek leven is. Voor u, bruid, is dat alles nog betrekkelijk nieuw, al hebt u in de afgelopen maanden een voorproefje gekregen van wat dat allemaal betekent. U, bruidegom, bent opgegroeid in het licht van de publiciteit, en daarom weet u hoe belangrijk het is om tijd en gelegenheid te hebben om ook een privé-leven te leiden. Die tijd en gelegenheid is nodig om in het publieke leven goed te kunnen functioneren. U hebt na uw schooltijd en uw studententijd allengs meer taken op u genomen, en u bent steeds beter toegerust om uw publieke taken te integreren in uw leven. Wij beseffen dat het huwelijk dat u vandaag sluit, met de vrouw die u daartoe hebt uitverkoren en die u heeft uitverkoren, van wezenlijk belang is om die voor u in uw positie zo precaire balans tussen het persoonlijke en het publieke leven te blijven vinden. De mate waarin u daarin slaagt is niet alleen voor uzelf, maar voor ons hele volk van betekenis. Water speelt in uw leven een grote rol. Uw dienstplicht hebt u bij de Koninklijke Marine vervuld en u hebt u de laatste jaren gewijd aan het waterbeheer in ons land en daarbuiten - daarbij velen de ogen openend voor het immense belang daarvan. Maar niet alleen stromend water kan zich in uw belangstelling verheugen, bevroren water evenzeer. U hebt de Friese Elfstedentocht in 1986 volbracht - en u schaatst nog steeds graag -, en u hebt - en daarom zijn wij hier bij elkaar- uw prinses op het gladde ijs van Paleis Huis ten Bosch ten huwelijk gevraagd. U bent kortom een man van het water, en ten overvloede werd ik er nog op gewezen dat de sterren vandaag in het teken van Waterman staan. Bruid, Graag richt ik mij een ogenblik in het bijzonder ook tot u. Ik ben mij er daarbij van bewust dat ik dadelijk bij hamerslag de voorwaarde creëer waardoor u zich niet alleen de prinses van uw prins kunt noemen, maar ook Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau en mevrouw Van Amsberg. Voor de oppervlakkige beschouwer is dat iets begeerlijks, iets uit sprookjes. Maar u hebt ervaren, dat die positie u ook pijnlijke beperkingen oplegt, ook vandaag. Toen u een paar maanden geleden kennismaakte met Amsterdam, hebben wij u de Hollandsche Schouwburg laten zien, de plek waar joodse stadgenoten in de Tweede Wereldoorlog bijeen werden gebracht alvorens naar de kampen te worden afgevoerd. Voordat u de Hollandsche Schouwburg verliet, schreef u de woorden: ,,laat de eenentwintigste eeuw er een worden van vergeven. Maar vergeten mogen wij nooit.'' Met die woorden hebt u ons evenveel geschonken als met de gulle lach waarmee u onze harten óók hebt gestolen. Wie de onafzienbare pampa's van uw land heeft gezien - die onmetelijke ruimte -, die beseft de enorme overgang naar dit kleine, dichtbevolkte, vaak natte landje waarin u bovendien nog een glazen huis gaat bewonen. Wij hopen dat u net zoveel van dit soms lastige maar ook zo lieflijke lapje grond gaat houden als van de kroonprins van dit land en dat u, moderne jonge vrouw, zich in een zelfgekozen tempo zult kunnen voortbewegen en niet steeds, om zo te zeggen, in het tempo van een gouden koets. U hebt immers al een aantal arbeidzame jaren achter de rug waarin u in het internationale zakenleven talenten hebt ontwikkeld die vragen om verdere ontplooiing. Het past in de huidige tijd dat ook de echtgenote van de toekomstige koning de ruimte krijgt om haar vleugels uit te slaan, om zich naar eigen inzicht te blijven ontwikkelen, als een - zoals een ministeriële reclamecampagne het ooit formuleerde - slimme meid die zich op haar toekomst voorbereidt. De verbazend snelle manier waarop u zich onze taal heeft eigen gemaakt èn een plaats in ons midden hebt weten te verwerven, geven het vertrouwen dat u erin zult slagen taken te vinden die bij u en uw vele talenten passen en die u voldoening zullen schenken. Op hun beurt zullen uw nieuwe landgenoten u daartoe in staat moeten stellen; ik hoop en verwacht dat zij dat van harte zullen doen. Dan wil ik nu overgaan tot de huwelijkssluiting. Ik verzoek u op te staan, elkaar de rechterhand te geven en te antwoorden op de vraag die ik aan ieder van u zal stellen.”

Trots kijken Koningin Beatrix en Prins Claus als het bruidspaar elkaar het jawoord geeft. Het besef dat haar eigen ouders er niet bij zijn, maakt Máxima wel emotioneel, vooral in combinatie met het heuglijke feit dat ze vanaf dan écht verbonden is met Willem-Alexander. Grote lol ontstaat vervolgens in de Beurs van Berlage als blijkt dat de prins en prinses niet wéér hoeven opstaan. Een tafel waarop het trouwregister getekend moeten worden, wordt naar hen gebracht. Daarna is het de beurt aan de getuigen van het burgerlijke huwelijk om te tekenen. Voor Kroonprins Willem-Alexander waren dat: Prins Constantijn, Marc ter Haar (een vriend van de prins) en Frank Houben (een vriend van de Koninklijke familie) Koningin Beatrix, Marcela Cerruti (peettante van Máxima) en broer Martín Zorreguieta waren getuigen van Máxima. Als alle attributen zoals sabel en boeket weer aangereikt zijn, kan de 2e rit beginnen; naar de Nieuwe Kerk. De kerk waarin het jawoord nog extra bevestigd zal worden. Prins Claus verlaat met zijn zus de Beurs van Berlage. Zijn ‘afscheidszwaai’ vanuit de AA-96 bezorgde bij iedereen kippenvel.





Kerkelijk huwelijk
In de Nieuwe Kerk is het ondertussen al behoorlijk druk, gasten die niet bij het burgerlijke huwelijk waren, zitten hier al even. De gasten uit de Beurs van Berlage druppelen ook langzaam aan binnen, terwijl het bruidspaar dan nog moet vertrekken. Het is zelden dat een auto zó langzaam door de straten van Amsterdam rijdt. Dit ten voordele van het publiek, wat de pas getrouwde prins en prinses zo goed kon zien. Ook bij de kerk werd het stel weer luid toegejuicht, ze genoten er zichtbaar van, terwijl de bruidsmeisjes de grootste stress hadden om de 5 meter lange sluier netjes in model te krijgen. Gelukkig beschikt de kerk over een hal, en hingen de camera’s van de NOS óveral, behalve daar. En alsof ze het al 80 keer ingestuurd hebben, kwamen dominee, bruidskinderen, bruidspaar en bruidsmeisjes keurig achter elkaar over de rode loper de kerk in. De gasten in de kerk moesten nog haast maken om weer op te staan, ze waren kort daarvoor gaan zitten omdat het nog wel even duurde.. En dan..neemt Dominee Carel ter Linden het woord:

“Ik weet niet of u het verhaal kent van Peer Gynt, die na vele omzwervingen door de wereld, grijs geworden, terugkeert naar zijn geboortegrond en zich afvraagt waartoe zijn leven heeft gediend. Hij heeft in het veld een wilde ui gevonden. Peinzend zit hij hem te ontpellen, en bij iedere laag die hij er afhaalt komt hem een stadium van zijn leven voor de geest. En de ene laag volgt op de andere, als de ene fase op de andere. Maar waar is de kern van alles, waar draaide 't nu om? Verbijsterd merkt hij dat bij het ontpellen van zijn leven het hart van de vrucht maar niet tevoorschijn wil komen. De laatste kern blijkt weer het omhulsel te zijn van een volgende kern, en ook die is niet de laatste. Ja, lief bruidspaar, waar draait het nu in ons leven om? Die vraag stelt ieder mens zich van tijd tot tijd, maar zeker stelt een mens zich die, als hij op het moment staat om zijn leven met het leven van een ander te verbinden en medeverantwoordelijkheid op zich te nemen voor het levensgeluk van die ander. De richting waarin wij mensen een antwoord op die vraag kunnen zoeken vinden wij misschien in wat Dr Braun voor ons gelezen heeft, dat prachtige verhaal van Naomi en Ruth. Het is een vertelling uit oude tijden. Of is het - de bijbel is immers een spiegel van het menselijk leven - ook een verhaal van nu? Het is de levensgeschiedenis van een vrouw, Naomi geheten, die met haar man en twee zoons woonde in Israel, in de landstreek Juda, in het stadje Bethlehem. Een zware hongersnood dwong hen uit te wijken naar het land Moab. Nauwelijks zijn zij daar aangekomen, of de man van Naomi sterft. Naomi blijft er wonen, samen met haar zoons die daar zelfs elk een eigen vrouw vinden: twee meisjes uit Moab, Orpa en Ruth. Tien jaar wonen zij daar tezamen. Dan sterven ook die twee zoons. En als Naomi dan hoort dat de hongersnood in Juda voorbij is, besluit zij terug te gaan naar haar geboortegrond. Wat heeft zij nog in Moab te zoeken? Haar beide schoondochters trekken met haar mee. Maar dan, aangekomen bij de grens, bedenkt Naomi zich. 'Keer terug', zegt zij tegen haar schoondochters, 'keer nu terug, ieder naar het huis van je moeder. Moge de Heer jullie dezelfde liefde bewijzen als jullie mij bewezen hebt. Mogen jullie spoedig een man vinden van je eigen volk.' En Naomi kust hen ten afscheid. Naomi wist dat er voor haar schoondochters geen toekomst lag in Juda. Een diepe kloof scheidde de beide volkeren. Maar de beide vrouwen wilden daarvan niet weten en waren in tranen. 'Nee, wij keren met u terug naar uw volk'. Maar Naomi hield vol: 'Keer toch terug, mijn dochters.' Tien keer klinkt dat woord 'terugkeren'. Je kunt dus op je tien vingers natellen dat het daar om gaat in dit verhaal: om de vraag waar een mens thuishoort. Waarheen in zijn leven hij zich kéren moet. Wat is onze oorsprong, wat onze bestemming? Ja, waar kiezen wij voor in het leven, waar ligt die grond, waarop wij kunnen wonen en ademen? 'Keer toch terug, mijn dochters.' Dan geeft Orpa zich gewonnen. Naomi heeft gelijk en tegelijk maakt haar dat zielsbedroefd want ze zullen elkaar dus nooit meer zien. Orpa omhelst haar schoonmoeder, rukt zich los en gaat. En Ruth, waarop wacht zij nog? 'Zie', zegt Naomi, 'je schoonzuster is teruggekeerd naar haar volk en haar goden. Keer terug, je schoonzuster achterna.' Dan antwoordt Ruth: 'Dring er bij mij niet op aan dat ik u in de steek zou laten door van u terug te keren. Want waar gij zult gaan, daar zal ik gaan, waar gij vernacht, zal ik vernachten. Uw volk is mijn volk en uw God mijn God; waar gij sterft wil ik sterven en daar wil ik begraven worden; wat de Heer mij ook moge aandoen, alleen de dood zal scheiding maken tussen mij en u.' Aangrijpender kan het niet. Want wat weet Ruth helemaal van dit volk en van de God van dit volk, om zich daar met heel haar wezen aan te durven toevertrouwen? Misschien dat jullie beiden begrijpt waarom dit verhaal vandaag centraal staat. Want - met alle verschil tussen die oude vertelling en de geschiedenis van jullie leven - je zult toch, lieve Máxima, momenten hebben gekend dat je dacht: moet ik dit wel doen; met hem meegaan naar een land ver van het mijne, naar een vreemd land en een vreemd volk, met een andere geschiedenis, een andere identiteit, een andere cultuur? Een keuze die ook pijn zou meebrengen en van velen het nodige heeft gevraagd. Er moeten soms stemmen in je zijn opgegaan, die zeiden: 'Keer terug, mijn dochter. Keer terug naar je volk.' In gedachten komt weer dat verhaal van Naomi en Ruth, dat vertelt hoe het hen verging toen zij Bethlehem binnenkwamen. Er staat dat de hele stad in opschudding raakte. Ja, gaat het nu over toen of nu? De mensen zeiden tegen mekaar: 'Is dat Naomi?' (Je ziet de vrouwen op het land hun arbeid onderbreken, ze zetten hun hark even neer om haar na te kijken). 'Nee zeg, dat is toch niet.' Je hoort de mensen fluisteren: 'Heb je 't al gehoord?'. Iedereen praat over haar, maar niemand mét haar. En het kan niet anders of ook Ruth moet daar iets van hebben gevoeld. Niet alleen Máxima, moet hebben geaarzeld, Willem-Alexander ook. 'Want' - zo schrijft hij in zijn brief (voorafgaande aan onze gesprekken gaven zij beiden eerst ieder in een brief aan, wat het voor hen betekende om voortaan hun leven samen te delen en zich voor Gods aangezicht met elkaar te verbinden, en ik mocht vanmorgen daar ook iets van weergeven) - 'want' - zo schrijft hij- 'kan en mag ik Máxima vragen het grootste deel van haar vrije en zelfstandige leven waaraan zij zoveel waarde hecht en waaraan zij zo hard gewerkt heeft, op te geven? Vanaf mijn vroegste herinneringen weet ik hoeveel het koningschap vraagt. Ja, dat het een offer is, een bijna onmenselijk offer, dat ik mijn toekomstige vrouw vraag te brengen. Zij trouwt niet alleen met mij, maar met een heel land.' Maar tegelijk klinkt in je brief het besef door, dat als er iemand is, die je echt tot steun zou kunnen zijn dan is zij het wel: deze vrouw met haar vrolijke karakter en haar talenten, haar -zoals je zegt - brede visie en haar vermogen de dingen een beetje te relativeren. Zoals jijzelf overigens op jouw beurt haar tot een grote steun bent, omdat je zo zichtbaar in haar gelooft en haar, zoals zij zelf zegt, met alle aandacht en zorg omringt, waardoor zij zich veilig bij je voelt en zichzelf kan zijn. Zichzelf zijn: voor jou betekent dat: met alle spontaneïteit en levensplezier die haar eigen zijn, en waarvan je zo intens hoopt dat zij die in haar nieuwe leven zal behouden. Jullie zijn er samen uitgekomen. Je hebt, lieve bruid, nu al heel veel mensen ontmoet. Velen heb je geraakt door je warmte en je aandacht. Eigenlijk al vanaf die eerste woorden die eindelijk in het openbaar konden worden gesproken, woorden die klonken als een echo van de woorden waarmee Ruth zich met Naomi verbond: 'Uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God.' 'Uw volk is mijn volk.' Je hebt je onze taal spoedig eigen gemaakt. Op een keer - wij spraken toen nog engels - kon ik een bepaald woord niet vinden, en zei toen tegen iemand naast ons: 'Ik zoek naar het woord 'gevolgen'. Maar voor die ander had kunnen antwoorden zei Máxima: 'Consequences'! En ach, wat een 'consequences' heeft jullie liefde voor elkaar al niet! Zo heb je je ook willen verdiepen in het protestantisme, in de kerk waarin Willem-Alexander is grootgebracht. Maar het geloof zelf, dat jullie vandaag naar deze kerk brengt, het geloof in God, de God van Abraham en Mozes en Jezus, dat deelden jullie al samen. En dat is dan het tweede vanmorgen: de ontdekking die jullie deden hoezeer jullie beiden, met al je heilzame verschillen, door dezelfde normen en waarden, zoals Willem-Alexander zei, bent gevormd. Waarden en normen die voor jou, Alexander, verbonden zijn met het geloof waarin je bent opgegroeid. Je zou ook, zei je, niet meer zonder dat geloof kunnen léven: 'Het geeft mij', zei je, 'houvast in moeilijke tijden en bij moeilijke beslissingen. Het geeft me ook iets waaraan ik uiteindelijk verantwoording kan en mag, ja moet afleggen. Dat is voor mij de manier om zelfrespect en eigenwaarde hoog te houden, en soms tegen de stroom in te blijven gaan , omdat je zeker weet dat je op het juiste spoor zit.' Dit zijn de woorden van een mens die al met zijn geboorte ertoe bestemd is een zware taak op de schouders te nemen; die iets zichtbaar moet maken wat bijna niet zichtbaar te maken is: een lotsverbondenheid van Nederlanders de eeuwen door, niet enkel tegen het water, maar tegen iedere vloed van onrecht en geweld die ons land heeft bedreigd en ook soms overspoeld. Een verbondenheid ook daarin, dat dit volk in de loop der eeuwen anderen, bedreigd door onderdrukking en vervolging, heeft mogen herbergen. Al weten wij tevens - deze stad draagt er de diepe sporen van - hoezeer daarin soms werd gefaald. Niemand, Willem-Alexander, Prins van Oranje, weet beter dan gijzelf hoe zwaar het is een levenstaak te aanvaarden waarvoor niet zelf kan worden gekozen. Of is het mogelijk zich een taak als deze zó eigen te maken, dat zij alsnog tot een bewuste keuze kan worden? Zo is het wellicht gegaan. Een moeilijke weg en misschien ook soms een eenzaam gevecht. Maar ook een weg die in alle eenzaamheid nooit helemaal alleen werd afgelegd, omdat Hij er was in wie, zoals uw brief het zegt, in moeilijke tijden en bij moeilijke beslissingen een houvast kon worden gevonden. En toen, op een gegeven moment kon de eigen keuze voor aanvaarding van die levenstaak heel bewust worden gemaakt. Vanuit die uiteindelijke aanvaarding van deze bijzondere roeping in ons midden hebt ge een grote en brede belangstelling ontwikkeld voor wat er in onze samenleving en in de wereld gaande is, en daarnaast ook het vermogen om mensen, in heel verschillende levenssituaties, nabij te zijn. Zo zien wij hier nu een man die bij alles wat op hem afkwam, steeds staande is gebleven en en er sterker door is geworden, en die tenslotte in zijn leven een vrouw vond die bereid is op deze bijzondere weg mee te gaan en daaraan samen inhoud en gestalte te geven. 'Uw God is mijn God', zei Ruth, en vandaag zegt de bruid datzelfde tegen haar bruidegom. Wel heeft zij daarbij vele vrágen. Maar wie heeft die niet? Zoals de vraag hoe deze wereld van Gód vandaan kan komen. Deze wereld, met, zo staat het in haar brief, al haar schoonheid en menselijke goedheid, maar ook met haar pijn, haar zonde, haar kwaad. Maar bij alle vragen is er toch, zeg je, één ding: 'dat er een klein hoekje is in mijzelf, dat maakt dat ik af en toe bid en mijn ogen naar hem ophef en in hem geloof, en erop vertrouw dat hij er altijd is. Voor mij is God liéfde.



Die liefde die mensen tot elkaar brengt, een liefde die je kracht geeft, en waardoor mensen elkaar met respect behandelen.' Daarom wilden jullie samen dit huwelijk in de kerk beginnen, omdat het, in jullie eigen woorden, 'immers alles met liefde te maken heeft, als twee mensen beloven om elkaar nabij te zijn voor de rest van hun leven en elkaar gelukkig en sterker te maken, en samen te werken aan een betere wereld.' 'En waar kunnen wij', zei Máxima, 'dat beter doen, als God liefde is, dan onder zijn zegen in zijn huis van liefde?' 'Uw God is mijn God.' Misschien dat de beide tradities waarin jullie zijn opgegroeid - de roomskatholieke en de protestantse, elk met een eigen rijkdom in geloofsbeleving, misschien dat die beide tradities jullie leven mogen verrijken en verdiepen. Ons ontbreekt de tijd om het verhaal van Ruth verder te vertellen, maar alleen nog dit: Naomi zal aan Ruth hebben verteld - het was oogsttijd in Israel - dat er in haar land een wet bestaat die de armen van het volk het recht gaf om bij het maaien achter de schovenbindsters aan te gaan en de korenaren die bleven liggen te rapen en voor jezelf te houden. En Ruth gáát. En als de landheer zijn land betreedt, dan ziet hij daar die vreemde vrouw en vraagt aan een knecht bij wie zij hoort. Misschien voelt u nu al hoe het verhaal verder zal gaan, want deze landheer is familie van Naomi, en dat was ook een regel in Israël, dat een kinderloze weduwe erop mocht rekenen dat een mannelijk familielid haar trouwde om haar van nageslacht en daarmee van een toekomst te verzekeren. En zo zou deze landheer, Boaz is zijn naam, zijn familieplicht nakomen, ook al ging het hier dan om een vreemdelinge, een Moabitische. Meer nog, er ontluikt een liéfde tussen hen daar op dat boerenland, een liefde met een gezegend gevolg: er wordt hun een zoon geboren. En zij noemden hem: 'Obed', en dat betekent de dienende. Alsof zij beiden in die naam hebben willen uitdrukken waarom het in het leven gaat. En deze Obed, zegt het verhaal, zou later de vader worden van Isaï, die weer de vader zou worden van David, die koning zou worden over Israël. Alsof het verhaal wil zeggen: het koningschap wortelt in het diénen. En daarom bidt een goede koning ook tot God: 'dat ik toch vroom mag blijven úw dienaar te aller stond.' Tenslotte: als eeuwen later Mattheüs het geboorteverhaal van Jezus schrijft, die verre zoon van David, dan noemt hij Ruth, de Moabitische, onder zijn voormoeders. Alsof hij zeggen wil: denk eraan, de liefde van God, die in Jezus van Nazareth op zo bijzondere manier is belichaamd, die strekt zich uit tot álle volken. God schrijft met en door alle volken zijn geschiedenis. En als de kerk later in haar liederen Maria, de moeder van Jezus eert - zoals in het lied dat straks klinkt en waaraan de bruid zo gehecht is geraakt - dan moet u vandaag achter Maria in gedachten ook die andere voormoeders van Jezus zien, dan moet u ook even denken aan Ruth, de Moabitische. Ave Maria, wees gegroet Maria, wees gegroet Ruth van Bethlehem. Zijn wij, denkend aan het verhaal van Peer Gynt, van die man die maar bezig is de ui te ontpellen die hij gevonden heeft - zijn wij de kern, het geheim van ons leven nu een beetje genaderd.? Wees, lieve twee, in jullie huwelijk, in jullie leven, door God gezegend. En mogen jullie velen tot een zegen zijn. Amen.”


Ook de Argentijnse priester Braun werkt mee aan de dienst. Zo ontstaat er wat evenwicht en is het voor Máxima – en haar familie – niet alleen maar Holland..Holland.. Hij leest in het Spaans voor uit het boek Ruth – waar Carel ter Linden ook al een verhaal over vertelde – en gaat daarna met de hele kerk in gebed. Vervolgens moet het bruidspaar gaan staan en de getuigen van het Kerkelijk huwelijk (voor Máxima: Samantha Deane en Florencia Di Cocco en Willem-Alexander: Tijo baron Collot d'Escury en jonkheer Frans de Beaufort ) naast de prins en prinses staan om officieel toestemming te geven voor het huwelijk, wat uiteraard door alle vier met ja en si beantwoord wordt. Verder leest Prins Friso een stuk voor uit het bijbelboek Marcus 10, de verzen 42-45, wordt het Ave Maria gezongen, en is er – waar het allemaal om draait – voor de 2e keer een jawoord. Buiten volgen duizenden mensen de beelden via een groot scherm, en klinkt er een luid gejuich (wat in de kerk hoorbaar is ) nadat de prins en prinses ‘ja’ zeggen. Daarna ‘ontvangen’ Willem-Alexander en Máxima de zegen, en zorgt het orkest aansluitend voor wat afwisseling. In de tussentijd zijn Willem-Alexander en Máxima gaan staan en heeft Juan Zorreguieta de schaal met ringen in een zijtak van de kerk opgehaald. Hij overhandigt hen de ringen die op een Argentijnse schaal liggen te wachten om eindelijk bevestigd te worden. De ringen lijken echter iets gekrompen, en er ontstaat grote hilariteit bij het bruidspaar en onder de gasten als blijkt dat er wat meer kracht voor nodig is om ‘m aan de vingers te schuiven. Als Willem-Alexander en Máxima weer plaats hebben genomen op hun bankje, haalt Máxima op de eerste klanken van de bandoneon – gespeeld door Carel Kraayenhof – toevallig al haar zakdoek uit haar mouw, dan nog om haar neus te snuiten. Vanaf de eerste noot is te zien dat ‘Adios Nonino’ Máxima raakt. Ze pakt de hand van haar man, knijpt erin en haar ogen worden dikker. Ze denkt aan haar land, aan haar ouders die er nu niet bij zijn, en is extra emotioneel door de liefde voor Willem-Alexander die net officieel bevestigd is. Als de Argentijnse klanken heftiger en harder klinken, zijn er tranen in Máxima’s ogen te ontdekken. De NOS – die met een ingebouwde camera vanuit het orkest alles kan filmen –zoomt zo dicht mogelijk op Máxima in. En precies op het hoogtepunt van de muziek stroomt er een eerste traan…er volgen er nog een paar.. Maar dan lijkt ze te denken… ‘en nu weer normaal doen Máx’ Een glimlach wordt op het gezicht getoverd.



Rijtoer door Amsterdam en balkonscène 
Met niets minder dan de Gouden Koets wordt na de kerkdienst een rit door de binnenstad van Amsterdam, via Nieuwezijds Voorburgwal, Spui, Singel, Muntplein en Rokin naar het Koninklijk Paleis gemaakt. Alle gasten worden per auto’s en bussen naar Paleis op de Dam gebracht. Daar zou het feest achter gesloten deuren verder gaan, maar niet voordat er afscheid genomen werd van alle toeschouwers in Amsterdam en via de tv.. De rit naar het paleis verloopt niet geheel vlekkeloos. Er worden hier en daar wat rookbommetjes afgestoken, waar de paarden niet bepaald blij mee zijn.. Ook staan er demonstranten langs de kant, een van hen lukt het om een kwak witte verf tegen de ruit van de koets te gooien. Daar bleef het gelukkig bij. Toen het bruidspaar eenmaal in het paleis was, steeg de spanning op de Dam. Iedereen wilde wel íets van de naderende balkonscène zien. Dit zou ook het laatste moment van de huwelijksdag zijn, waar we het bruidspaar konden zien. Als de balkondeuren opengaan, klinkt er een oorverdovend geschreeuw. Het balkon is prachtig versierd in de stijl van het bruidsboeket. De prins en prinses zwaaiden niet al te lang, want ze gaan kússend verder! Dan wordt er vuurwerk afgestoken en gouden slierten de lucht ingeblazen. Kroonprins Willem-Alexander fluistert ‘nog één’ waarna er – onverwachts – nog een kus volgt! Tot op heden zijn er geen prinsen en prinsessen geweest die hun huwelijksdag tijdens de balkonscène met zóveel kussen afsloten.


Na een laatste zwaai verdwijnt het bruidspaar achter de balkondeuren. Binnenin het paleis wordt het feest met alle familie en gasten voortgezet. Niet met een mes, maar met de sabel van de prins werd de  bruidstaart aangesneden. En de lunch was ook wel wat meer dan een broodje kaas; een cocktail van langoustgines, gevolgd door een tarbottaartje. Het vijf-gangenmenu bestond verder uit biefstukjes met rode kool, gebakken appel en gefrituurde torentjes van aardappelpuree.



Foto's: Jeroen v.d. Meyde/ RVD en screenshots

10 opmerkingen:

  1. heel leuk gedaan, je hebt er veel werk aan gehad!!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een geweldige mooie dag was het 10 jaar geleden, maar ook nu na 10 jaar of het was als de dag van gisteren. Mijn complimenten voor deze terugblik, geweldig gedaan.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Albert werkt bij C&A maar het wordt ook C&A ( Carolina en Albert :) )
    :) :) :) :) :) :) :)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Volgens mij was je site van de week even niet bereikbaar. Maar misschien omdat er zo'n mooie site te maken. Ik vind het een hele mooie collage van de mooiste momenten op de fotó's. Ik heb gisteren weer naar de (opgenomen) uitzending gekeken en vond het weer prachtig. Je hebt werkelijk alle teksten er in staan.
    Super mooi gedaan. Chapeau.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Prachtige log! Je hebt er echt veel werk aan gehad! Je kunt zien dat je er heel lang mee bezig bent geweest! Prachtig gedaan Vivian!

    BeantwoordenVerwijderen